Geheime dossiers Bayer moeten openbaar worden

Persbericht Bijenstichting november 2016
Hof van Justitie over openbaarmaking: geeft De Bijenstichting zo ruim mogelijke toegang tot toelatingsdossiers landbouwgif
De Bijenstichting is zeer verheugd met het arrest van het Hof van Justitie. Vandaag (23 november 2016) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg prejudiciële vragen beantwoord over de openbaarmaking van tests en studies die ten grondslag liggen aan toelatingen van bestrijdingsmiddelen die op “imidacloprid” zijn gebaseerd en die De Bijenstichting aanvecht. Het College voor het Beroep voor het Bedrijfsleven heeft deze vragen aan het Hof van Justitie gesteld naar aanleiding van een verzoek om openbaarmaking van De Bijenstichting. Het gaat om 84 documenten, waarvan het merendeel van Bayer Crop Science.

In de Europese Milieu-informatierichtlijn staat dat informatie over emissies in het milieu sowieso openbaar moeten worden gevraagd. Het Hof van Justitie geeft nu aan dat een zo ruim mogelijke uitleg moet worden gegeven aan “emissies in het milieu”. Milieu-informatie moet op de breedst mogelijke manier systematisch aan het publiek ter beschikking worden gesteld en worden verspreid. Dat is ook het doel van het Verdrag van Aarhus. Er is geen onderscheid tussen “emissies”, enerzijds en “lozingen en ander vrijkomen van stof in het milieu” anderzijds. Anders zou er sprake zijn van een kunstmatig onderscheid. Het gaat bij “emissies om het milieu” niet alleen om “emissies afkomstig van installaties”, maar ook om “emissies in het milieu” bij het vrijkomen in het milieu van producten of stoffen afkomstig van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of hun werkzame stoffen. Omdat De Bijenstichting vreest dat bepaalde gewasbeschermingsmiddelen schadelijk zijn voor bijen en om haar in staat te stellen de daadwerkelijke of voorzienbare emissies te controleren moet zij een zo ruim mogelijke toegang krijgen tot het toelatingsdossier van de betrokken middelen, zowel voor wat betreft de invloeden die emissies op de kortere als de langere termijn kunnen hebben. Het gaat met name om de residuen die na het gebruik van het product in het milieu aanwezig zijn en studie over de mate van stofdrift bij dit gebruik, ongeacht of deze gegevens afkomstig zijn uit (semi-)veldstudies, laboratoriumstudies of translocatiestudies.
Tot nu toe zijn de studies en tests geheim gehouden. Met de beantwoording van het Hof van Justitie is nog geen einde gekomen aan de procedures bij het College voor het Beroep van het Bedrijfsleven. Nu het Hof van Justitie de prejudiciële vragen heeft beantwoord, zal het College voor het Beroep van het Bedrijfsleven de behandeling van de zaken voortzetten en beslissen welke studies en tests precies openbaar moeten worden gemaakt. Academische wetenschappers kunnen dan meer dan voorheen controleren of de studies van de industrie correct zijn opgezet en uitgevoerd. Zo kan de discussie over landbouwgif en bijensterfte in meer openheid worden gevoerd.
De officiële uitspraak is hier te vinden