Wat te doen met een hommelnest in je tuin of huis?

Voordat we aangeven wat je kunt doen, is eerst een uitleg over de levenscyclus van hommels van belang.
Vroeg in het voorjaar wanneer de dagtemperatuur ongeveer 10 graden is kun je de eerste hommelkoninginnen waarnemen. Ze gaan op zoek naar bloemen om hun energievoorraad aan te vullen. Daarom is het belangrijk om vroeg bloeiende voedselplanten in je tuin te hebben staan zoals krokus, blauwe druifjes, hondsdraf, helleborus en paarse- en witte dovenetel.

Vind je in het vroege voorjaar een verzwakte hommel? Lees hier hoe te handelen.

Zodra een hommelkoningin wat is aangesterkt gaat ze op zoek naar een nestplek. Van Aardhommels is bekend dat ze vaak een (verlaten) muizenhol gebruiken met het oude nest er nog in. Maar ze kunnen ook in een spouwmuur nestelen. Akkerhommels zoeken een plek tussen het hoge gras maar soms ook onder een vuilniscontainer of in een holle ruimte in een tuinschuur. De Boomhommel gebruikt graag vogelnestkasten waar een oud (mezen)nest in zit.

De hommelkoningin legt na het vinden van een geschikte nestplek een voedselvoorraad aan en legt eitjes. In het begin staat zij er helemaal alleen voor. Uit haar eerste broed komen werksters. Die gaan haar helpen met het uitbouwen van het nest en het zoeken naar voedsel. Vaak zijn de eerste werksters nog erg klein. Bij voldoende werksters kan de koningin op het nest blijven. Zij kan zich dan primair richten op het leggen van eieren. Een volk kan uitgroeien tot enkele tientallen of enkele honderden individuen.

In het begin van de zomer worden mannetjes en nieuwe koninginnen geboren. De jonge koninginnen paren met mannetjes van andere nesten. De bevruchte koninginnen zoeken vrij snel na de paring een plek om te overwinteren.  
De oude koningin, de mannetjes en de werksters sterven in de nazomer. Alleen de jonge koninginnen blijven in leven en zoeken een schuilplek om te overwinteren. Dat doen ze in een zelf gegraven holletje ondiep in de grond, een oud muizennest, onder een hoop bladeren of in een composthoop.

In de nazomer en herfst kun je dus opnieuw grote hommels zien. Dat zijn de nieuwe koninginnen die een schuilplek zoeken. Terwijl zij dat doen kun je ze zien vliegen op bloeiende planten waar ze nectar drinken voor de nodige energie. 

Hommels zijn niet agressief

Mensen verwarren hommels nog wel eens met wespen en zijn bang dat ze aangevallen zullen worden. (Ook wespen zijn minder agressief dan vaak wordt aangenomen, lees daarom de informatie op Ecowesp en de Wespenstichting eens.)
Sommige mensen willen geen hommelnest in hun tuin en laten het verwijderen. Ook rondvliegende hommels worden nog wel eens gedood uit angst voor steken. Maar dat is helemaal niet nodig! Een hommel is geen agressief dier en komt je niet lastig vallen zoals een wesp dat kan doen. Wespen (Gewone wesp en Duitse wesp) doen dat vooral in de nazomer als de wespenlarven geen braakvloeistof meer leveren die zoet is. Ze gaan dan op zoek naar zoetigheid elders: vruchtvlees en sap van rijpe vruchten, maar ook onder meer limonade, stroop, jam en bier.

Hommels zullen niet gauw steken en zullen dit hooguit doen als zij zich in het nauw gedreven voelen of als je ze vastpakt. Een hommel heeft niet zoals een honingbij weerhaakjes aan de angel zitten en verliest daarom de angel niet bij het steken. Een hommel kan dus meerdere malen steken terwijl een honingbij bij het steken haar angel en gifblaas verliest en sterft. Alleen vrouwelijke bijen hebben een angel. 

Laat een hommelnest zitten is ons advies

Vroeger konden hommels overal rustig hun kolonie stichten, maar het landschap is veranderd. Sinds de intensieve landbouw zijn kruidenrijke graslanden nagenoeg verdwenen en rommelige hoekjes met bladeren, takken en ander natuurlijk materiaal worden vaak opgeruimd. Hommels kunnen daardoor minder goed een geschikte nestplek vinden. Ze zijn steeds meer aangewezen op nestplekken in de buurt van huizen, in tuinen en parken.

Een aantal hommelsoorten komt in Nederland algemeen voor. Van de 29 soorten in ons land bekend, staan er echter 17 op de rode lijst (bron: Rode Lijst bijen 2018). De soorten op de rode lijst zijn verdwenen, (ernstig) bedreigd of kwetsbaar. In je tuin zul je vooral de algemenere soorten aantreffen. Voorbeelden van algemeen voorkomende soorten zijn de Aardhommel, Akkerhommel, Weidehommel, Tuinhommel en Boomhommel. 

Overlast?

Wat moet je doen als je toch erg veel last hebt van een hommelnest, bijvoorbeeld als de hommels steeds je huis binnen vliegen.

Als de ingang van het hommelnest vlak bij een deur of raam zit, kun je bijvoorbeeld een hor plaatsen.

Als de aanvliegroute van een nest een tuinpad kruist, bestaat de kans dat een opstijgende hommel per ongeluk tegen je opvliegt als je langs loopt. Dat kun je als storend ervaren of spannend vinden. Een oplossing voor dit probleem is een emmer over de ingang van het nest te plaatsen. Snijd aan één kant van de emmer een flink rond gat uit de rand, zodat de hommels er gemakkelijk doorheen kunnen vliegen. Als je een steen op de emmer legt, voorkom je dat deze omwaait. De opening laat je wijzen naar de kant waar je het minste last hebt van de uitvliegende hommels. Eventueel kun je in de buurt van de opening ook nog een pot met bijvoorbeeld lavendel neerzetten. De hommels zullen dan al gauw die kant op vliegen omdat ze daar nectar en stuifmeel kunnen halen.

Of je plaatst op enige afstand van het nest en voor het pad een scherm of iets dergelijks. Dat dwingt de hommels om op te stijgen of links of rechts af te buigen.

Is een hommelnest schadelijk voor je muur?

Hommels (vooral Steenhommels en Aardhommels) vestigen zich graag in een spouwmuur. Een ruimte in een spouwmuur kan precies groot genoeg zijn voor een bescheiden hommelvolk. Hommels brengen geen schade aan de constructie of isolatie van huizen. Hommels kunnen niet knagen, dus ook in spouwmuren zijn ze niet schadelijk. Ze nestelen alleen in een holte die er al is. Je zult verder niets van de hommels merken: geen onaangename geuren of ongedierte.

Wil je in de toekomst toch geen hommels meer in de spouwmuur wacht dan tot het najaar als alle hommels zijn uitgevlogen en plaats dan 'bijenbekjes' in de ventilatie-openingen.

 

Deze roosters voorkomen dat hommels naar binnen kunnen. Je kunt ze bij bouwmarkten en via het internet kopen.

Wil je het hommelnest toch echt kwijt, dan kun je contact opnemen met een imker in je buurt. Mogelijk kan de imker het nest voor je verplaatsen. Hou er rekening mee dat het verplaatsen van een hommelnest vrij lastig is, vooral als het zich in de grond bevindt. Een vogelnestkast kan vaak wel gemakkelijk verplaatst worden; verplaats hiervoor de nestkast maximaal 50 centimeter per dag van de oude locatie, tot je het ver genoeg weg vind hangen.
Een hommelnest zit meestal maar één seizoen op een bepaalde plek. In het najaar raakt het nest leeg en verdwijnen de hommels. Diezelfde plek zal het volgende seizoen niet opnieuw gebruikt worden.
Wil je juist graag een hommelnest in je tuin, dan kun je een hommelnestkast plaatsen. Die zijn kant en klaar te koop of zelf te maken. Als je er een oud mezennest in doet, maak je de kast aantrekkelijker. Hommels zijn echter erg kritisch als het gaat om de geschiktheid van een nestplek dus is de kans op gebruik ervan klein.  

Je kunt hier een flyer over hommelnesten downloaden.