
Stikstof en bodemnestelende bijen: een onderschat verband
De afgelopen eeuw is onze bodem steeds rijker geworden aan voedingsstoffen, met name door stikstofdepositie. Dat proces – eutrofiëring – heeft grote gevolgen voor plantengemeenschappen. Maar minder zichtbaar is wat dit betekent voor wilde bijen, vooral voor soorten die in de bodem nestelen.
Twee recente wetenschappelijke studies laten zien dat we het probleem breder moeten bekijken dan alleen “meer bloemen voor bijen”.
Snellere plantengroei, minder open bodem
Eutrofiëring zorgt voor snellere en dichtere plantengroei. Grassen en snelgroeiende soorten domineren, terwijl laagblijvende en voedselarme soorten verdwijnen. Dat verandert niet alleen het bloemaanbod, maar ook de structuur van het landschap.
En daar wringt het.
Meer dan de helft van onze wilde bijensoorten nestelt in de bodem. Zij hebben open, zonbeschenen en niet-verdichte plekken nodig om hun nestgangen te graven. Wanneer vegetatie dichtgroeit door stikstofrijke omstandigheden, verdwijnen juist deze kale of schaars begroeide plekken.
Het gevolg:
Minder geschikte nestlocaties
Minder voortplantingssucces
Verschuiving in de samenstelling van bijengemeenschappen
Een studie in Ecography laat zien dat bodemverrijking in de afgelopen eeuw de samenstelling van bestuivers structureel heeft veranderd. Sommige groepen reageren bovendien met vertraging: zelfs wanneer planten deels herstellen, blijven bestuivers achter.
Een tweede studie in Journal of Applied Ecology toont aan dat voor grondnestelende bijen lokale nestgelegenheid vaak belangrijker is dan alleen bloemrijkdom. Meer bloemen compenseren niet automatisch het gebrek aan geschikte nestplekken.
Bloemen zaaien is niet genoeg
In veel herstelprojecten ligt de nadruk op bloemrijke mengsels. Dat is waardevol, maar onvoldoende wanneer:
De bodem te voedselrijk is
De vegetatie te dicht wordt
Open zandige plekken ontbreken
Voor bodemnestelende bijen is de combinatie cruciaal: voedsel én nestgelegenheid.
Wat betekent dit voor beheer?
Als we vooruit willen kijken, vraagt dit om gerichter bodembeheer:
Verminder stikstofbelasting waar mogelijk
Creëer en behoud open, zonbeschenen bodem
Werk met gefaseerd maaibeheer
Laat kleine verstoringen toe (bijv. lichte begrazing of plaatselijk plaggen)
Vermijd bodemverdichting
Ook in particuliere tuinen is dit relevant. Een strak gazon of volledig dicht beplante border biedt weinig ruimte voor grondnestelaars. Een paar open zandplekjes kunnen al verschil maken.
Een bredere blik op bijenbescherming
De boodschap uit beide studies is helder: wie bestuivers wil helpen, moet verder kijken dan bloemen alleen. Bodemkwaliteit, stikstofdruk en nesthabitat zijn minstens zo bepalend voor duurzame populaties.
Bijenbescherming vraagt daarom om een integrale aanpak – van stikstofbeleid tot tuinbeheer.









