
Wilde bijen bepalen succes van appelbestuiving, niet honingbijen
Nieuw Noors onderzoek toont aan dat appelbestuiving vooral afhankelijk is van de aanwezigheid van wilde bijen en van het ontwerp van de boomgaard. Meer honingbijen inzetten leidt niet automatisch tot betere bestuiving. Boomgaarden met verschillende compatibele rassen dicht bij elkaar hebben significant hogere opbrengst dan boomgaarden met grote monoculturen.
Wat is onderzocht?
In 18 appelboomgaarden in Noorwegen werd onderzocht:
• Welke bijensoorten aanwezig waren
• Hoe honingbijen, hommels en solitaire bijen zich gedragen tijdens bestuiving
• Hoe boomgaardontwerp invloed heeft op zaadvorming
Belangrijke cijfers uit het onderzoek:
• 2.331 bijen bemonsterd
• 37 verschillende bijensoorten vastgesteld
• 489 bijen individueel gevolgd voor gedragsanalyse
• 908 appels onderzocht op zaadontwikkeling
Bestuivingssucces werd gemeten als het percentage goed ontwikkelde zaden per appel.
Meer wilde bijen betekent betere bestuiving
De belangrijkste bevinding:
Een hogere aantallen wilde bijen leidde tot significant meer zaadvorming.
Een hogere aantallen honingbijen had géén significant effect op het bestuivingssucces.
Dit bevestigt dat wilde bijen, waaronder hommels en solitaire bijen, effectievere bestuivers zijn dan honingbijen in appelteelt.
Waarom? Omdat effectieve bestuiving afhankelijk is van:
• Contact met de stempel
• Transport van compatibel stuifmeel
• Gedrag tijdens bloembezoek
Gedragsverschillen tussen bijengroepen
Uit veldobservaties bleek:
Hommels
• Bezoeken de meeste bloemen per tijdseenheid
• Hebben relatief veel stempelcontact
Solitaire bijen
• Blijven het langst op één bloem
• Zijn mogelijk zeer grondige bestuivers
Honingbijen
• Maken minder frequent effectief stempelcontact
• Verzamelen vaak nectar zonder optimale bestuiving
Daarnaast nam het stempelcontact bij alle groepen af naarmate de bloeiperiode vorderde. Dit kan leiden tot bestuivingstekorten bij laatbloeiende rassen.
Boomgaardontwerp is doorslaggevend
Er werden twee typen boomgaarden vergeleken:
Blokontwerp
Eén ras over grote aaneengesloten oppervlakken
Geïntegreerd ontwerp
Verschillende compatibele rassen dicht bij elkaar geplant
Resultaat:
Geïntegreerde boomgaarden hadden significant hogere bestuivingspercentages.
Bijen vliegen meestal binnen dezelfde boom of rij. Wanneer compatibele rassen ver uit elkaar staan, wordt minder effectief kruisbestoven.
Ook bomen aan de rand van de boomgaard hadden betere bestuiving dan bomen in het midden.
Waarom soortenrijkdom minder bepalend was
Opvallend is dat niet het aantal soorten wilde bijen bepalend was, maar vooral het aantal individuen.
Voor directe opbrengst telt dus vooral voldoende aanwezigheid van wilde bijen.
Voor lange termijn stabiliteit blijft soortenrijkdom wel cruciaal, omdat die zorgt voor veerkracht bij wisselende weersomstandigheden.
Wat betekent dit voor fruittelers?
Praktische maatregelen:
• Stimuleer wilde bijenpopulaties in en rond boomgaarden
• Verminder intensief maaibeheer tijdens en na bloei
• Zorg voor bloemrijke stroken vóór en ná appelbloei
• Plant compatibele rassen dichter bij elkaar
• Vermijd grote monoculturen zonder effectieve bestuivers
Boomgaardontwerp is minstens zo belangrijk als het aantal bijen.
Veelgestelde vragen
Zijn honingbijen onbelangrijk voor appelbestuiving?
Nee. Ze dragen bij aan bloembezoek, maar verhogen in dit onderzoek het bestuivingssucces niet significant. Wilde bijen leveren een grotere bijdrage per individu.
Waarom vliegen bijen niet vaker tussen rijen?
Appelbomen bieden veel nectar en stuifmeel per boom. Volgens de optimale foerageertheorie blijven bijen daarom meestal binnen dezelfde boom of rij.
Is meer soortenrijkdom niet beter?
Voor productie op korte termijn bleek vooral aantallen bepalend. Voor stabiliteit op lange termijn blijft soortenrijkdom essentieel.









