Houtwal

Een rij (inheemse) bomen en struiken die op een aarden wal (een dijkje) is geplant. Staat de begroeiing niet op een wal, dan wordt het een houtsingel genoemd. Vroeger zag je volop houtwallen en houtsingels die als erfafscheiding werden gebruikt, en het vee binnen en het wild buiten moesten houden. Het hakhout werd gebruikt als brandhout en hout voor palen, gereedschap en bezems (onder andere). Doornige stuiken zoals meidoorn, wilgen, bramen en sleedoorn fungeerden als ‘natuurlijk prikkeldraad’.