
Forten vol leven: bijen vinden verrassend thuis in de Hollandse Waterlinies
De forten van de Hollandse Waterlinies staan vooral bekend als militair erfgoed, maar ze blijken ook van grote waarde voor de natuur. Door hun beschutte ligging vormen deze terreinen een ideaal leefgebied voor wilde bijen.
In de afgelopen twee jaar hebben Landschap Erfgoed Utrecht en EIS Kenniscentrum Insecten zestien forten onderzocht. Daarbij werden maar liefst 134 verschillende bijensoorten aangetroffen, ruim een derde van alle bijensoorten die in Nederland voorkomen. Daarmee vormen de forten samen een bijzonder netwerk van kleine natuurgebieden midden in het landschap.
Tijdens het onderzoek werden ook bijzondere ontdekkingen gedaan. Zo bleek de groene zandbij op meerdere forten aanwezig te zijn. Deze soort voelt zich thuis in beschutte bosranden waar gewone ereprijs groeit, een belangrijke voedselplant voor deze bij. Inmiddels is de soort bekend van de helft van de onderzochte forten en kan hij worden gezien als een typische bewoner van de waterlinies. Ook de ereprijsdwergwespbij werd hier gevonden, een koekoeksbij van de groene zandbij. Voor de provincie Utrecht was dat zelfs een eerste waarneming.
Verder doken onder meer de roodrandzandbij, de ernstig bedreigde vierbandgroefbij en een zwervend exemplaar van de zwarte sachembij op.
In 2025 werden 106 bijensoorten, 84 soorten zweefvliegen en 18 soorten dagvlinders gespot. Daaronder bevonden zich zeventien bijensoorten van de Rode Lijst. Sommige forten bleken bijzonder rijk aan soorten en tonen aan dat recreatie en natuur goed samen kunnen gaan wanneer het terrein zorgvuldig wordt ingericht.
De onderzoeksresultaten worden nu gebruikt om het beheer te verbeteren. Voor elk fort wordt een plan op maat gemaakt en samen met de beheerders uitgevoerd. Zo zijn er al inheemse planten aangeplant, invasieve planten verwijderd en bloemrijke stukken ingezaaid.
Het onderzoek laat zien dat erfgoed en natuur elkaar kunnen helpen. De forten vormen samen een reeks leefgebieden waar bestuivers voedsel en nestplekken vinden en zich kunnen verplaatsen door het landschap. Met passend beheer kunnen deze historische plekken ook op lange termijn een belangrijke schuilplaats blijven voor wilde bijen en andere bestuivers.











