
Klimaatverandering verkleint leefgebied van Europese hommels
Klimaatverandering vormt nu al een aantoonbare bedreiging voor hommels in Europa. Nieuw onderzoek laat zien dat het geschikte leefgebied voor Europese hommelsoorten door klimaatverandering gemiddeld met 5 procent is afgenomen. Plaatselijk loopt het verlies zelfs op tot 19 procent.
Voor het onderzoek analyseerden Belgische wetenschappers waarnemingen van 47 Europese hommelsoorten over de periode 1901 tot 2019. Met ecologische modellen vergeleken zij de werkelijke klimaatontwikkeling met een denkbeeldige situatie waarin de langdurige opwarming niet had plaatsgevonden. Zo konden ze specifiek bepalen welk deel van de verandering in geschikt leefgebied aan klimaatverandering kan worden toegeschreven.
Vooral sinds de jaren tachtig
De gevolgen worden vooral vanaf de jaren tachtig duidelijk zichtbaar. Hommels zijn van oorsprong goed aangepast aan relatief koele omstandigheden. Hogere temperaturen, maar ook veranderingen in neerslag en luchtvochtigheid, maken gebieden minder geschikt.
Vooral in Zuid Europa en de lager gelegen delen van Centraal Europa gaat geschikt leefgebied verloren. In Scandinavië en hoger gelegen berggebieden ontstaan juist nieuwe geschikte gebieden.
Dat betekent echter niet automatisch dat hommels daarvan kunnen profiteren. Soorten moeten deze gebieden kunnen bereiken en onderweg voldoende geschikt leefgebied vinden. Bovendien moeten op hun nieuwe bestemming de juiste voedselplanten en nestgelegenheid aanwezig zijn.
Van de 47 onderzochte soorten zagen 26 soorten hun geschikte leefgebied door klimaatverandering afnemen. Bij 21 soorten nam de gemiddelde geschiktheid juist toe. Zelfs bij soorten die ogenschijnlijk profiteren, kunnen aan de warmere zuidrand van hun verspreidingsgebied tegelijkertijd populaties verdwijnen.
Klimaatverandering komt boven op andere bedreigingen
Een belangrijk punt is dat de onderzoekers uitsluitend naar de invloed van klimaatverandering hebben gekeken. Hommels hebben daarnaast te maken met verlies en versnippering van leefgebied, intensieve landbouw, bestrijdingsmiddelen en ziekten.
Deze bedreigingen kunnen elkaar bovendien versterken. Een verzwakte hommelpopulatie kan bijvoorbeeld minder goed bestand zijn tegen langdurige droogte of extreme hitte.
Dat maakt de uitkomsten extra zorgelijk. De gemeten achteruitgang van gemiddeld 5 procent is dus niet de totale achteruitgang van hommels, maar alleen het deel van de verandering in geschikt leefgebied dat in deze studie aan klimaatverandering wordt toegeschreven.
Wat kunnen we doen?
Het onderzoek benadrukt opnieuw hoe belangrijk het is om voldoende grote en vooral onderling verbonden leefgebieden voor hommels te creëren. Wanneer soorten door klimaatverandering hun verspreidingsgebied moeten verschuiven, moeten ze zich ook daadwerkelijk door het landschap kunnen verplaatsen.
Meer bloemrijke bermen, natuurgebieden, ecologisch beheerde parken en tuinen kunnen daarbij helpen. Een gevarieerd aanbod van inheemse planten gedurende het hele hommelseizoen is essentieel. Ook klavers en andere langdurig bloeiende planten kunnen veel voedsel leveren.
Maar alleen meer bloemen planten is niet voldoende. Bescherming van hommels vraagt om een combinatie van herstel van leefgebied, vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het beperken van verdere klimaatverandering.
Hommels zijn belangrijke bestuivers van wilde planten én landbouwgewassen zoals appels, aardbeien en tomaten. Hun bescherming is daarom niet alleen belangrijk voor de biodiversiteit, maar ook voor onze voedselproductie.
Wat betekent dit voor hommels in Nederland?
Ook voor Nederlandse hommels is klimaatverandering relevant. Ons land ligt weliswaar noordelijker dan de gebieden waar de grootste verliezen worden verwacht, maar hogere temperaturen, langere perioden van droogte en extreme hitte kunnen ook hier gevolgen hebben.
Daarvoor moet het landschap wel geschikt zijn. Een hommel heeft niets aan een gunstiger klimaat als er onvoldoende bloemen, nestplaatsen en overwinteringsplekken beschikbaar zijn. Bovendien moet gedurende het hele seizoen voedsel aanwezig zijn, vanaf het moment dat de eerste koninginnen in het voorjaar ontwaken tot de laatste jonge koninginnen in het najaar.
Juist daarom is een goede bloeiboog belangrijk: zorg voor verschillende soorten bloemen die elkaar van het vroege voorjaar tot diep in het najaar opvolgen. Tuinen, bermen, parken, natuurgebieden en landbouwgronden kunnen samen een netwerk vormen waarlangs hommels zich kunnen voeden en verplaatsen.
Klimaatverandering kunnen we niet met één bloemenweide oplossen. Maar door het Nederlandse landschap bloemrijker en beter verbonden te maken, kunnen we hommels wel meer kansen geven om zich aan de veranderende omstandigheden aan te passen.









