arrow_drop_up arrow_drop_down
13 mei 2020 
in Blog

Biologische bloembollen informatie en tips

In een tuin verdienen biologische bloembollen een plekje!

Ze verrassen je in de lente met hun vrolijke kleuren die plotseling opduiken en ze bieden het eerste gezonde voedsel voor vroege bijen als de honingbij, hommels en de Rosse metselbij . Doordat ze redelijk klein zijn, passen ze prima tussen bestaande beplanting. Veel voorjaarsbloeiers kunnen worden geplant in een gazon, een bloemenweide, of onder en tussen bladverliezende planten. Heb je geen tuin maar een balkon, dan kun je potten vullen met laagblijvende soorten die in de zomer goed tegen de droogte kunnen. (zie lasagna beplanting) Biologisch is ook bij bollen een logische keuze. Bol-en knolgewassen uit gangbare teelt worden gedurende het volledige teelt- en bewaarproces behandeld met heel wat pesticiden. Dat heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit op en rond de teeltvelden en de omringende waterlopen. Blootstelling aan pesticiden baart niet alleen risico's voor de telers en omwonende burgers, maar ook voor jou als tuinier en voor de insecten in je tuin. Bestrijdingsmiddelen residu's zitten in en op de bol en komen zo in jouw tuin terecht. Bijen pikken ze op via stuifmeel en nectar. Gelukkig bestaat er een alternatief. Momenteel is minder dan 0,3 procent van het areaal bollen in Nederland afkomstig uit biologische teelt. Daarom wil de Bijenstichting samen met jou de teler een duwtje in de rug geven. Je kunt de bloembollen in onze webshop bestellen.

Aanplant en verzorging in de vollegrond

Plant de bollen zo snel mogelijk na ontvangst, ten laatste in november/december voordat de grond bevroren is. Kievitsbloem (Fritillaria meleagris) en zomerklokje (Leucojum aestivum) zijn gevoelig voor uitdroging, plant ze meteen. Bewaar andere bollen desnoods kort op een droge, donkere, koele plaats (10-15°C), in hun papieren verpakking. De soorten welke geschikt zijn voor potten, maar je kunt ze ook combineren met vroeg bloeiende vaste planten (bijv. viooltjes, vergeet-mij-nietjes). De diepte van de pot bepaalt mee hoeveel lagen erin passen; de minimale plantafstand tussen bollen bepaalt de hoeveelheid bollen per laag. Bepaal vooraf of de pot in de zon of halfschaduw, onder open hemel of onder een afdak komt te staan. Een pot onder open hemel hoef je geen water te geven, tenzij het net na de aanplant of tijdens de groeifase in de lente uitzonderlijk droog is. Een natuurlijk effect op grotere ruimte krijg je door bollen te mengen, met de hand uit te strooien en ze te planten waar ze belanden. Houd wel rekening met de minimale plantafstand tussen bollen. Groepjesvormende soorten zoals krokussen, narcissen en zomerklokjes kun je ook in kleine groepjes bij elkaar planten.

Potbeplanting

Diverse bollen kun je ook in een ruime, diepe pot planten (minstens 25 cm diep en breed voor kleinere soorten, minstens 50 cm diep en breed voor combi naties met grotere soorten) met veel drainagegaten turfvrije potaarde, eventueel gemengd met 1/3de grof zand voor betere drainage, eventueel wat zelfgemaakte compost. Maak het plantgat op lichte bodem drie keer en op zwaardere bodem twee keer zo diep als de hoogte van de bol, groei scheuten niet meegerekend. Maak ook daaronder de aarde wat los. Breng een onderste drainagelaag aan van 2-5 cm en daarop een laag van 10-15 cm aarde die je wat aandrukt. Hierop plant je de eerste laag bollen met groeipunt/oogknoppen omhoog. Bedek de eerste laag tot boven de topjes en plant de volgende laag naast de groeipunten van de laag eronder. Respecteer de minimale plantafstand tussen bollen en behoud die afstand ook tot de rand van de pot. Werk verder tot alle bollen bedekt zijn met een laag aarde van 2-3 x hun bolhoogte. Een aardappelpoter is handig om grotere gaten door een gras zode te steken, voor kleinere bolletjes lukt het goed met een penwortelsteker en in losse grond ook met de vingers. Duw kleine bolletjes nooit zo in de grond. Plant de bol of knol met de groeipunt of oogknoppen omhoog en zorg voor goed contact met de aarde. Dek toe met aarde en druk licht aan. Extra voeding is niet nodig, de bol heeft alle nodige reserves in zich. Een natuurlijke strooisellaag (bodembedekking) die ter plaatse afbreekt, voorziet de bol van voeding. De eerste twee à drie weken na aanplant moet de aarde vochtig zijn zodat de bollen voor de winter wortels kunnen vormen. Regent het niet, houd de bodem dan zelf vochtig (niet nat). Dek eventueel af met 1-2 cm mulch tot een stukje onder de rand. Zo kun je eventueel vroeg opkomende scheuten nog met een extra laag mulch beschermen tegen vorst. Houd de aarde de eerste 2-3 weken vochtig (niet nat), zodat de bollen goed kunnen wortelen en winterhard worden. Geef in de winter geen extra water. Potten onder de vrije hemel hoefje geen water te geven, behalve bij aanhoudende droogte in de lente. Onder een afdak houd je de aarde tijdens de groeiperiode vochtig (niet nat). De bollen kunnen tegen vorst. Laat ze op een beschutte plaats buiten overwinteren (binnen is het te warm). Laat loof en bloeistengel altijd volledig afsterven voor je ze afmaait of afknipt, de bol vult er haar reserves terug mee aan. Bol-en knolgewassen vermeerderen zich door de vorming van bijbollen aan de moederbol (klisters), sommige door worteluitlopers en sommige soorten ook door zaad.

Bollenlasagne

Een bollenlasagne maak je door twee tot drie lagen bollen van verschillende grootte boven elkaar te planten. Grote bollen komen dieper, kleinere komen hoger. In de tabel kun je zien welke soorten voor potten geschikt zijn. Of kies voor ons bollenpakket geschikt voor potten.

Lichtbehoefte

De hoeveelheid zonlicht die een plant per dag nodig heeft wordt ingedeeld in zon (> 6 uren zon), halfschaduw (3-6 uren zon) en schaduw (<3 uren zon), gemeten in de tuin aan het begin en einde van het groeiseizoen in onze regio (op 21 maart en 21 september). Vroeg bloeiende bol- en knolgewassen die hun groeiperiode grotendeels voor einde maart hebben (bijv. krokussen), vallen hier wat buiten. Zij kunnen ook op een plaats staan die vroeg in het jaar veel zon krijgt, maar later in de lente in de halfschaduw komt te liggen, bijvoorbeeld tussen bladverliezende bomen en struiken. Voor soorten die later bloeien, geldt wel de gebruikelijke indeling. De schaduwtolerantere soorten in het assortiment doen het best met minstens 3 uren zon per dag tijdens hun groeiseizoen.

Bodemvochtigheid

Alle aangeboden soorten vragen een goed drainerende bodem en verdragen geen langdurig natte voeten, met uitzondering van de kievitsbloem (Fritillaria meleagris) en het zomerklokje (Leucojum aestivum).

Plantdiepte

Dit is de diepte van het plantgat. Op zwaardere bodems is dat doorgaans 2x de bolhoogte, op lichtere bodem 3x de bolhoogte, groeischeuten niet meegerekend. Grotere bollen komen dus dieper dan kleinere bollen. Hoe later de bloei, hoe later je de bladeren kan afmaaien/afknippen. Gemiddeld is dit zes weken na de laatste bloei. Houd hiermee rekening als je bollen kiest om in je gazon te planten. Voor de kenmerken per soort zie aparte tabel.
Over de schrijver
Reactie plaatsen