
Nieuw Europees project wil bestuivers beter beschermen: Butterfly brengt wetenschap en samenleving samen
Bestuivers zijn onmisbaar voor onze natuur, voedselvoorziening en economie. Toch nemen hun aantallen in heel Europa al jaren af. Om die trend te keren is begin 2025 het internationale Horizon Europe-project Butterfly van start gegaan. Dit vierjarige onderzoeksproject brengt 24 Europese organisaties samen om de kennis over bestuivers te vergroten én die kennis om te zetten in concrete maatregelen.
Veel meer dan alleen bijen
Hoewel de naam anders doet vermoeden, richt Butterfly zich niet alleen op vlinders. Het project onderzoekt de volledige gemeenschap van bestuivers, waaronder wilde bijen, hommels, zweefvliegen, vlinders, motten, kevers en zelfs bestuivende vogels en vleermuizen. Juist de samenwerking tussen al deze soorten houdt ecosystemen gezond.
Europa telt meer dan 2.100 soorten wilde bijen, ongeveer 900 soorten zweefvliegen, ruim 500 vlindersoorten en duizenden motten en andere bloembezoekende insecten. Samen zorgen zij ervoor dat ongeveer 90 procent van alle bloeiende planten zich kan voortplanten. Daarmee vormen bestuivers de basis van biodiversiteit én een groot deel van onze voedselproductie.
Kleine acties, grote gevolgen
De naam Butterfly verwijst niet alleen naar de vlinder, maar ook naar het bekende begrip 'Butterfly Effect': kleine veranderingen kunnen grote gevolgen hebben. Volgens de onderzoekers geldt dat ook voor natuurherstel. Een relatief kleine, goed gekozen maatregel kan lokaal al leiden tot een flinke verbetering van leefgebied voor bestuivers, met positieve effecten die zich verder verspreiden.
Dat sluit naadloos aan bij de visie van de Bijenstichting. Ook wij zien dagelijks dat een bloemrijk schoolplein, een natuurvriendelijke bedrijfstuin of een particuliere tuin zonder bestrijdingsmiddelen een groot verschil kan maken voor wilde bijen en hommels.
Wetenschap én praktijk
Het Butterfly-project wil niet alleen nieuwe kennis verzamelen, maar die ook toepassen. Daarom worden in verschillende Europese regio's zogenoemde Living Labs opgezet. Hier werken onderzoekers, overheden, bedrijven, agrariërs en inwoners samen aan praktische oplossingen voor het herstel van bestuivers. Tegelijkertijd ontwikkelen de onderzoekers nieuwe modellen om beter te begrijpen welke economische en maatschappelijke gevolgen de achteruitgang van bestuivers heeft.
Een belangrijk onderdeel is bovendien de ontwikkeling van een Europese atlas van plant-bestuiverrelaties. Daarmee ontstaat een veel beter beeld van welke planten en bestuivers van elkaar afhankelijk zijn en waar herstelmaatregelen het meeste effect kunnen hebben.
De Bijenstichting ziet kansen
De doelstellingen van Butterfly sluiten sterk aan bij de projecten van de Bijenstichting. Met ons Hommel Herstelplan, de inzet van Hommelcoaches, citizen science-projecten zoals het Hommelnest Onderzoek en onze campagnes voor gifvrije, biologische bloembollen werken wij al jaren aan hetzelfde doel: het herstellen van leefgebieden voor bestuivers.
Internationale samenwerking is daarbij essentieel. Bestuivers houden zich immers niet aan landsgrenzen. Door wetenschappelijke kennis te combineren met lokale initiatieven kunnen we veel effectiever werken aan herstel van biodiversiteit.
Onze oproep
Het Butterfly-project laat zien dat de bescherming van bestuivers niet alleen een taak is voor wetenschappers of overheden. Iedereen kan bijdragen.
Plant bloemen die rijk zijn aan nectar en stuifmeel, gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen, laat een rommelig hoekje in de tuin staan en kies voor biologische bloembollen en planten. Juist al die kleine acties samen kunnen het verschil maken.
Zoals Butterfly het treffend verwoordt: kleine, goed gekozen herstelmaatregelen kunnen uitgroeien tot grote positieve effecten voor bestuivers. En dat is precies de beweging die we samen in gang willen zetten.
Meer lezen? Bezoek de website of meld je aan voor de nieuwsbrief










